EEN DONKERE SCHADUW OVER LEIDSE FUSIE

Tekst: Erik van Leeuwen 
Artikel uit MANMEER! (http://www.waterpolo.nl

IN TIEN MAANDEN TIJD HADDEN DE BESTUREN VAN DE ZIJL ZWEMSPORT EN LZ 1886 HET VOORELKAAR. DE TWEE LEIDSE ZWEMCLUBS, MET BEIDE EEN RIJKE WATERPOLOHISTORIE, SMOLTEN IN JUNI IN ELKAAR TOT ZVL 1886. DE INKT VAN DE PEN, WAARMEE DE FUSIEOVEREENKOMST WERD ONDERTEKEND, WAS NOG NIET DROOG OF DE ZEDENZAAK DIENDE ZICH AAN.“WE HEBBEN MAAR HEEL EVEN OP DE ROZE WOLK GELOPEN.”

“Het is elke keer weer schrikken als er nieuws naar buiten komt”, zegt ZVL-voorzitter Frans Pot als hij het over ‘de zaak’ heeft. In juni werd clubicoon Koen P. opgepakt vanwege grensoverschrijdend ge- drag. Pot heeft zojuist weer journalisten van diverse media te woord moeten staan. Er is een rechtszaak op komst, er zijn nieuwe ontwikkelingen. Pot, die in 2016 voorzitter werd van De Zijl, loopt niet weg voor zijn verantwoordelijkheid. “Ik probeer zo open en transparant mogelijk te zijn.”

Al maanden houdt het de club in de greep. Hij begrijpt dat een verhaal maken over de fusie niet los gezien kan worden van de zedenaffaire. ZVL is in het hart geraakt. “Het raakt de club heel diep”, vertelt Pot. “Alles was verweven met elkaar. Het heeft een gigantische wond geslagen. Tot op de dag van vandaag is de pijn voelbaar.”

Speelsters zijn gestopt, definitief dan wel tijdelijk. Zwemkleding is ‘besmet’ geraakt, verhoudingen verstoord. “Hier is geen draaiboek voor”, reageert Pot, die net twee weken geïnstalleerd was als voorzitter toen de bom insloeg.

INTEGRATIE

Op die puinhopen moet Pot met zijn bestuur een nieuwe club bouwen. “Eigenlijk gaat het heel goed”, wijst hij op de integratie van de twee bloedgroepen.

“Cultuurverschil? Ik moet zeggen dat ik er weinig van merk.”

Dat komt ook doordat Pot, zelf speler van een lager team, leiding geeft aan een club met negentien- honderd leden. “Ik ben er best wel trots op dat het ons is gelukt om deze fusie tot stand te brengen. De besturen van beide clubs hebben snel en voort- varend gewerkt en daardoor hebben we de klus in tien maanden gerealiseerd.”

Over drie jaar moet er in Leiden een nieuw zwem- bad staan. Dat nieuwe zwembad komt op het terrein van buitenbad De Vliet. Pot ontkent niet dat de nieuwe zwemarena een rol heeft gespeeld bij de fusie, maar de katalysator was volgens hem dé kans op één grote zwemvereniging. “Met vier disciplines.

Naast waterpolo het wedstrijdzwemmen, elementair zwemmen en de triatlon.”

“Wij hadden onze sterke punten en dat gold ook voor LZ, dat een grote en bloeiende wedstrijd- zwemafdeling had. Door alles onder één paraplu te brengen is er één grote zwemclub gekomen die voor een kwaliteitsimpuls zorgt. Zowel wij als LZ waren zó overtuigd van de mogelijkheden dat we de leden gezegd hebben: het is nu of nooit.”

De aantallen zijn duizelingwekkend. Een kleine duizend kinderen krijgen bij de nieuwe club zwemles. Van het elementair zwemmen moeten ze doorgroeien naar één van de vier disciplines. Met ruim vierhonderd spelers en speelsters, die verdeeld over 38(!) teams trainen en hun wedstrijden spelen, is ZVL 1886 meteen de grootste waterpoloclub van Nederland.

EEN ANDER ZVL

“Dat was niet het doel van fusie, maar het is wel een bijkomstigheid”, vervolgt Pot. Beide clubs hadden al ruime ervaring met elkaar. Vijftien jaar geleden wer- den alle speelsters van dertien jaar en ouder van De Zijl, LZ’86 én Vivax uit Oegstgeest ondergebracht in een startgemeenschap. “Dàt ZVL stond voor Zijl,

Vivax, LZ”, zegt Pot. “Niet te verwarren met onze nieuwe naam. Die heeft dezelfde letters, maar die betekenen wel iets anders; Zwem Vereniging Leiden.”

De ZVL-startgemeenschap vulde de prijzenkast van de Leidse clubs goed. Zes keer werd de nationale beker gewonnen, twee keer werd de landstitel ver- overd. Het zijn prijzen die de nieuwe club voorlopig niet zal winnen, denkt Pot. “Ik weet dat ik door dat te zeggen geen vrienden maak, maar de hele situatie nu heeft ons wel op achterstand gezet.” De zeden- zaak wierp een donkere schaduw over het dames- waterpolo. “En ook de heren hebben een ellendige voorbereiding achter de rug.” Koen P. zou de heren onder z’n hoede nemen. “We hebben nu de oplos- sing gevonden in een kwartet trainers. We zijn blij dat ze het doen, maar het is wel een noodverband.”

LEIDSE DERBY

Tien jaar geleden was er nog sprake van een heuse Leidse waterpoloderby op het hoogste niveau. LZ was altijd wel het kleine broertje van De Zijl, dat sinds de jaren zeventig bijna altijd op het hoogste niveau speelde.

“Wij hebben vaak goede lichtingen gehad”, zegt Marcel van Giezen, ex-LZ-lid. “Vooral in de jaren tachtig en negentig hadden we een goede jeugd- opleiding.” Bekende spelers uit de LZ-stal waren Niels Zuidweg en Tjerk Kramer. Van Giezen is één van de weinige spelers die ‘weigerde’ zichzelf, zoals hij zegt, uit te leveren aan De Zijl. Hij verzette zich tegen de fusieplannen van zijn club. “De LZ-cultuur is heel anders dan die van De Zijl. Bij De Zijl is het prestatie, prestatie en prestatie, bij LZ is het pres- tatie en een biertje.” Van Giezen (55), ex-speler van LZ’86 4, beschouwt de fusie als een soort vijandelijke overname. “Ik vind dat we als club zijn opgeslokt door De Zijl.”

Hij geeft de schuld aan het LZ-bestuur. “Die hebben er een janboel van gemaakt. Van de één op de andere dag kregen wij als leden te horen dat er een schuld was van anderhalve ton en dat we van de gemeente moesten fuseren met De Zijl.” Pot ontkent dat de gemeente Leiden op één of andere manier druk heeft gezet op de twee clubs om snel te fuseren. “Wel heeft de gemeente in een eerder stadium aangegeven dat het haar voorkeur was één gesprekspartner te hebben omdat het met het oog op het nieuwe zwembad problemen verwachtte met twee grote huurders.”

BOOSHEID

Uiteindelijk stemde 85 procent van de leden van de Zijl voor een fusie, bij LZ’86 was dat maar een procentje minder. “Ik heb niet eens gestemd”, reageert Van Giezen, die uit boosheid zijn lidmaatschap in mei van dit jaar al opzegde. “We hebben met een klein groepje oudgedienden nog geprobeerd om het waterpolo bij LZ overeind te houden, maar niets kon. We hebben voorgesteld om alle jeugd over te laten gaan en onze heren- teams nog te laten spelen onder de LZ-vlag. We zouden vanzelf uitsterven. Ook dat was niet bespreekbaar. Weet je, het interesseer- de ons echt helemaal niks of we nu eerste of derde klasse speelden met het eerste.”

“De manier waarop het is gegaan heeft mij veel pijn gedaan”, zegt Van Giezen, dienu met LZ-vrienden als Katwijk 6 aan de competitie meedoet. “Ik ben vijftig jaar lid geweest.” De fusie vindt hij een gedrocht.

“Ik heb niets tegen De Zijl, maar LZ en De Zijl was Ajax-Feyenoord. Je vraagt toch ook niet aan een Feyenoord-supporter of hij in de Arena komt zitten?”

JEUGDOPLEIDING

“Er is in totaliteit één team weggegaan”, ver- telt Pot, die zich wel iets bij de sentimenten kan voorstellen. “We doen ons best om iedereen zich thuis te laten voelen.”

Zowel LZ als De Zijl stond in het verleden bekend om hun sterke jeugdopleiding. Ook dat wil ZVL 1886 uitstralen. “Wij hebben grote talenten en uitstekende trainers. Ons beleid is erop gericht om eigen jeugd te laten doorstromen naar de eerste teams. Voor het grote geld hoeven spelers en speelsters niet naar Leiden te komen”, is Pot duidelijk. De schuldenlast van LZ ging mee naar de nieuwe vereniging. De Leidse clubs hadden ook voor een minder ‘koninklijke’ weg kun- nen kiezen en een lege bv achter kunnen laten. Pot: “We zijn ons bewust van onze maatschappelijke functie als zwemclub en dan kun je zoiets niet maken”, is hij stellig.

“We hebben een deal gemaakt met de gemeente waarbij we de schuld in tien jaar kunnen aflossen. Ik voorzie geen problemen, als club met negentienhonderd leden hebben we sterke schouders die heel veel
last kunnen dragen.”